Ontwerp%20zonder%20titel%20(2)_edited.pn

Carpaal Tunnel Syndroom

WAT IS HET CARPAAL TUNNEL SYNDROOM?

Carpaal tunnel syndroom is een inknelling van de medianus zenuw op de plaats waar ze in de pols duikt. De carpale tunnel wordt opgebouwd uit de carpale beentjes die de bodem van de tunnel vormen. Het dak dat zich bovenop de zenuw bevindt is het ligamentum transversus carpi, een ligament dat als een brug over de zenuw ligt. Dit geheel vormt de carpale tunnel. De medianus zenuw loopt samen met de plooipezen van de hand door deze tunnel en voorziet de gevoelsgewaarwording van een deel van de hand, de duim, wijsvinger, middelvinger en de helft van de ringvinger, zoals te zien is op de figuur. Daarnaast voorziet ze ook de kracht in de duimmuis spier.

WAT ZIJN DE KLACHTEN DIE MET EEN CARPAAL TUNNEL SYNDROOM GEPAARD GAAN?

 

De klachten die kunnen ontstaan bij een carpaal tunnel syndroom zijn tintelingen, voosheid, branderig of slapend gevoel in de duim, wijsvinger, middelvinger en de helft van de ringvinger. Bij een lang bestaande carpaal tunnel kan ook de kracht in de duim afnemen en kan men soms dingen spontaan laten vallen. De klachten zijn vaak ’s nachts aanwezig en verdwijnen soms met activiteit.

 

HOE STELLEN WE DE DIAGNOSE?

 

De diagnose van carpaal tunnel syndroom is vooreerst een klinische diagnose die na bevragen van de klachten en klinisch onderzoek duidelijk kan worden. Vaak wordt er een EMG onderzoek uitgevoerd om de knelling op de zenuw te objectiveren en de ernst en chroniciteit in te schatten. Dit onderzoek bestaat eruit dat de geleiding van de zenuw wordt getest over het verloop van de carpale tunnel. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een neuroloog of fysiotherapeut.

 

WAT ZIJN DE BEHANDELINGSMOGELIJKHEDEN?

  • Nachtspalk

Bij een mild carpaal tunnel syndroom met voornamelijk nachtelijke klachten kan een nachtspalk geprobeerd worden. Hierdoor wordt de pols niet geplooid en worden de klachten minder uitgelokt.

  • Inspuiting

Eveneens bij een matig carpaal tunnel syndroom met beperkte gevoelsklachten kan een infiltratie met cortisone ter hoogte van de carpaal tunnel gegeven worden. Hierdoor zal de zwelling rond de pezen en zenuw afnemen in de carpaal tunnel en kunnen de klachten verminderen/verdwijnen. Deze infiltratie kan eventueel herhaald worden.

 

  • Operatie

De enige behandeling voor een ernstig carpaal tunnel syndroom is een chirurgische release van deze tunnel. Hierbij wordt het ligamentum transversum oftewel het dak van de tunnel doorgesneden, waardoor de druk op de medianus zenuw verdwijnt. De ingreep kan zowel onder lokale als algemene verdoving plaatsvinden. Bij deze ingreep wordt een kleine insnede in de handpalm gemaakt ter hoogte van de carpaal tunnel.

 

FREQUENT GESTELDE VRAGEN

  • Wat kan ik verwachten na een carpaal tunnel operatie?
     

Bij een carpaal tunnel release wordt een incisie gemaakt aan de voorzijde van de pols over het verloop van de carpaal tunnel. De operatie gebeurt onder lokale of algemene verdoving. Bij lokale verdoving wordt er voor de ingreep een inspuiting met lokale verdoving ter hoogte van de pols gegeven zodat de ingreep pijnvrij kan verlopen. Indien u een algemene verdoving wenst wordt u kortstondig in een lichte slaap gebracht en direct na de ingreep wakker gemaakt door de anesthesist. In beide gevallen wordt er een gips aangebracht gedurende één week. Deze wordt op de consultatie of bij de huisarts volgens afspraak verwijderd. Zo nodig kan nog tijdelijk een polsbrace voorgeschreven worden. De draadjes zijn verteerbaar en moeten postoperatief niet verwijderd worden. De wonde moet twee weken droog gehouden te worden. Zodra de gips is verwijderd mag u uw hand volledig gebruiken voor dagdagelijkse zaken zolang de wonde droog en proper kan blijven. Klassiek wordt er postoperatief geen kinesitherapie voorgeschreven.
 

  • Wanneer kan ik werken / autorijden?

Normaal gesproken kan het werk hervat worden zodra de wonde genezen is, meestal na een tweetal weken.

Autorijden kan zodra de gips is verwijderd, aangezien rijden met gips niet verzekerd wordt.

  • Wat zijn de risico’s?

Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn mogelijke complicaties zwellingen/nabloeding in het operatiegebied, wondproblemen, overgevoeligheid van het litteken en infectie.

Een knellende gips kan ook klachten veroorzaken. Bij toename van pijn en/of tintelingen ter hoogte van de hand en vingers kan het raadzaam zijn de gips open te knippen en te lossen, gezien dit symptomen zijn van een knellende gips.

  • Wanneer neem ik vroeger contact op?

Bij toegenomen wonddrainage, zwelling/roodheid van de hand gepaard met pijn of koorts > 38,5°C zijn redenen om vroeger een consultatie aan te vragen of u aan te bieden op de spoedopname.