Ontwerp zonder titel (17).png

Arthrose van de elleboog

WAT IS ARTHROSE?

Degeneratie of slijtage van het gewricht is een proces en verloopt van een vermindering tot het helemaal verdwijnen van kraakbeen in een gewricht. Dit wordt ook wel artrose of osteoartrose genoemd. Kraakbeen is een gladde beschermende laag in een gewricht, met name ter hoogte van het uiteinde van de bovenarm (humerus), ellepijp (ulna) en spaakbeen (radius), en het zorgt voor een vlotte en pijnloze beweeglijkheid. 
Bij het slijtageproces komen kleine stukjes kraakbeen los die gaan rondzweven in het gewricht. Deze kleine stukjes kraakbeen, gewrichtsmuizen genoemd, kunnen dan blokkageproblemen geven. Indien de slijtage zich verder doorzet ontstaan er uitsteeksels op de botten rond het gewricht, de zogenaamde papegaaienbekken (‘osteofyten’). Dit verklaart de soms beperkte beweeglijkheid van de elleboog aangezien deze in de weg zitten om de elleboog volledig te kunnen buigen of strekken.

 

WAT ZIJN DE OORZAKEN?

 

Er zijn drie hoofdoorzaken die kunnen leiden tot artrose.

1.    Ten gevolge van een trauma. Hierbij is een fractuur (breuk) of luxatie (het uit de kom gaan) van het gewricht verantwoordelijk voor een aantasting van het kraakbeen.

2.    Bij een chronische ontsteking (ook wel artritis) van het ellebooggewricht. Het bekendste voorbeeld hiervan is reuma. 

3.    Ten gevolge van gewone slijtage. Dit wordt ook wel ‘primaire artrose’ genoemd. Hierbij valt het op dat er niet één, maar vaak een combinatie van factoren aan de basis ligt

 

  • Oudere leeftijd

  • Zwaar fysiek werk verricht hebben in het verleden

  • Genetisch

  • Geslacht: mannen 4x frequenter dan vrouwen

  • Dominante zijde 

WELKE KLACHTEN GEEFT DIT?

 

​De klachten bij artrose bestaan voornamelijk uit het - al dan niet pijnlijk - klikken of kraken van de elleboog. Tevens kunnen blokkages en beperkingen in de beweeglijkheid zowel naar plooien, strekken of plooen en strekken van de elleboog een belemmering vormen in het dagelijkse leven.

 

HOE WORDT DE DIAGNOSE GESTELD?


De diagnose wordt mee bepaald door middel van beeldvorming.  In eerste instantie wordt een radiografie van het ellebooggewricht genomen (voor- en zijaanzicht). Aan de hand van deze radiografie kan niet alleen een diagnose worden bevestigd, ook andere aandoeningen kunnen hiermee worden uitgesloten.

Indien de radiografie te weinig detail toont, wordt een scanner (CT-scan) gevraagd. Om de resolutie van de beelden te verhogen kan soms eerst een vloeistof (contrastvloeistof) in de elleboog gespoten worden.

Aangezien verschillende gradaties van kraakbeenslijtage verschillend worden ervaren bij verschillende personen hangt de behandeling dus voornamelijk af van de symptomen en klachten van de patiënt die de doorslag zullen geven voor de gekozen behandeling. 
 

WAT ZIJN DE BEHANDELINGSMOGELIJKHEDEN?​​

  • Pijnstilling

De eerste stap bij het behandelen van artrose is adequate pijnstillende medicatie.

  • Kinesitherapie

Kine wordt doorgaans voorgeschreven indien er een pijnlijke stijfheid bestaat van de elleboog zonder duidelijke blokkage. Deze behandeling is aan te raden bij beginnende slijtageklachten.

  • Inspuiting - cortisone

Indien er ten gevolge van de slijtage een ontstekingsreactie bestaat van de elleboog waarbij de elleboog warm aanvoelt en dik staat, kan een cortisone-spuit gegeven worden in het gewricht. Hierbij zal de dokter steeds - voorafgaandelijk aan de inspuiting - uitsluiten dat er een infectie aanwezig is in het gewricht. In geval van een infectie is het toedienen van een cortisone-spuit immers tegenaangewezen.

  • Inspuiting - hyaluronzuur

Wanneer er echter weinig ontstekingsreactie aanwezig is in de elleboog en voornamelijk pijnlijke bewegingen bij belasting de symptomen vormen, kan een infiltratie met hyaluronzuur aangewezen zijn. Hyaluronzuur is een stroperige vloeistof die als functie heeft het gewricht te smeren. Het bevindt zich in elk gewricht en werkt functioneel als smeermiddel en als stootkussen.

Bovendien werkt het ook ontstekingsremmend om op die manier ook een pijnstillend effect teweeg te brengen.

  • Kijkoperatie

Een kijkoperatie of artroscopie is een operatie waarbij er niet één grote insnede wordt gemaakt zoals klassiek gebeurt, maar wel verschillende kleine incisies. Langs die punten worden een camera en fijne werkinstrumenten ingebracht. Op deze manier kunnen stukjes los kraakbeen worden verwijderd en zo nodig ook papegaaienbekken worden weggenomen om de beweeglijkheid te verbeteren. Het voordeel van een kijkoperatie ten opzichte van een open ingreep is de snellere revalidatie ten opzichte van een open ingreep waarbij veel meer structuren dienen te worden geopend en terug worden gehecht.

  • Open ingreep

In tegenstelling tot een kijkoperatie is het in sommige gevallen onmogelijk of te risicovol om een arthroscopische ingreep uit te voeren. Het doel van deze ingreep is dezelfde, namelijk de pijnvrije mobiliteit te verbeteren door het verwijderen van papegaaienbekken (osteofyten) en losliggende stukjes kraakbeen. Klassiek wordt dit via een incisie aan de buitenkant van de elleboog verricht. Echter kan afhankelijk van de plaats van de arthrose in het gewricht de incisie ook aan de binnenzijde of achterkant van de elleboog uitgevoerd worden.

  • Prothese

Er bestaan twee types prothesen. Deze waarbij slechts een deel van het gewricht wordt vervangen en die die het volledige gewricht vervangen, de zogenoemde ‘totale prothese’.

  • De gedeeltelijke elleboogprothese

Hierbij wordt alleen het uiteinde van het spaakbeen (radiuskop) vervangen. Dit kan alleen als de kraakbeen- of gewrichtsschade beperkt is tot dit gedeelte van het gewricht. Dit is voornamelijk van toepassing bij fracturen van de radiuskop waarbij het niet mogelijk is om het stukje te herstellen en waarbij vervanging door een radiuskopprothese de enige optie is.
 

 

  • De totale elleboogprothese

Deze prothese vervangt zowel het gedeelte van de bovenarm als dat van de onderarm en wordt daarom ‘totaal’ genoemd. De meest voorkomende reden voor plaatsing van deze prothese is na complexe fracturen van het uiteinde van de bovenarm die niet meer integraal te herstellen zijn. Andere indicaties zijn forse artrose bij patiënten ouder dan 65 jaar.
 

FREQUENT GESTELDE VRAGEN

  • Ik heb bevestigde artrose, moet ik dan veel stilzitten met mijn elleboog om verdere schade te vermijden?

Neen, een gewricht stilhouden of immobiliseren is nefast gezien zo een stijfheid van het gewricht zal ontstaan en de functie nog verder achteruit zal gaan. Integendeel is het aan te bevelen om zo veel als mogelijk de beweeglijkheid te behouden door te buigen en strekken en de hand en pols om te draaien rond hun lengteas (pro- en supinatie). Uiteraard is extreme belasting (zich forceren) uit den boze. De eigen pijngrens is hierbij een goede factor om aan te geven in welke mate u uw elleboog mag bewegen

  • Kan een infiltratie met cortisone geen kwaad?

Cortisone is een natuurlijk product dat dient om ontstekingen te remmen en normaal geproduceerd wordt door de bijnier.  Bij inspuiting in het gewricht gaat het om een lokale act in het gewricht. Er zal steeds een deel hiervan opgenomen worden in het bloed, maar dit is slechts een fractie van de injectie. Mensen met suikerziekte kunnen wel merken dat hun suikerspiegel tijdelijk ontregeld is en ze hierdoor, indien van toepassing, hun injecties insuline kortdurend dienen aan te passen.

  • Wanneer wordt dan hyaluronzuur ingespoten in het gewricht?

In tegenstelling tot cortisone is hyaluronzuur een minder sterke ontstekingsremmer. Een ontstoken gewricht dat warm aanvoelt en veel vocht bevat is geen goede kandidaat voor hyaluronzuur maar wel voor cortisone. Eens de ontsteking afgezwakt of verdwenen is kan er eventueel hyaluronzuur worden ingebracht.

Hyaluronzuur is eveneens een natuurlijk product dat geproduceerd wordt in de gewrichten. Het heeft de eigenschap zeer sterk te binden aan water en dient om de glijbeweging in het gewricht te optimaliseren alsook als stootkussen om schokken op te vangen. Het hyaluronzuur dat wordt geïnjecteerd is evenwel vele malen geconcentreerder dan het natuurlijke gehalte in het gewricht.
 

  • Hoelang ben ik arbeidsonbekwaam?

Aangezien de diagnose artrose een breed spectrum van aandoeningen dekt is een eenduidige termijn niet te bepalen.

Na eventuele chirurgie dienen hechtingen verwijderd te worden na 2-3 weken. Zolang dient de wonde proper en droog te blijven en is zeker manuele arbeid niet aan te bevelen. Nadien dient progressief verder gewerkt te worden aan de mobiliteit van de elleboog, vaak samen met de kinesist. Een arbeidsongeschiktheid van 6 weken en soms tot 12 weken is realistisch.

Echter wordt steeds samen met de patiënt gekeken naar een individueel revalidatieplan en kan de specifieke onbekwaamheidsduur afwijkend zijn van bovenvermelde perioden.

  • Wat kan ik verwachten na een kijkoperatie van de elleboog?

Het verloop na de ingreep hangt voornamelijk af van de toestand vóór de operatie; met name van de reeds aanwezige kraakbeenschade van het gewricht. Met een kijkoperatie worden losliggende stukjes kraakbeen verwijderd en licht beschadigd kraakbeen weer glad gemaakt. U mag onmiddellijk na de operatie bewegen met de elleboog. De pijn ontstaan door de ingreep verdwijnt na verloop van enkele weken.

  • Wat zijn de mogelijke complicaties van een kijkoperatie?

De kans op complicaties na een dergelijke ingreep is klein. Eventueel kan er een voosheid ontstaan over delen van de elleboog of voorarm omwille van de nabijheid van zenuwen rondom de elleboog. Zenuwen recupereren traag en dit kan 6 maanden tot een jaar duren, maar normaal verdwijnen de klachten vanzelf.

Een infectie is altijd mogelijk bij elke ingreep; maar bij een kijkoperatie is de kans op infecties zeer klein gezien de elleboog tijdens de ingreep continu met steriel water wordt gespoeld.

  • Wat kan ik verwachten na plaatsing van een radiuskoprothese (partiële prothese)?

Na plaatsing van een dergelijke prothese hangt alles af van de indicatie van de ingreep die een breed scala bevat (i.e. van lichte artrose, beperkt tot de radiuskop, tot en met grote fracturen en luxaties van het hele gewricht). Bij dergelijke grote trauma’s hangt alles af van de mogelijkheid tot reconstructie van een goed gewricht en de bekomen stabiliteit. Indien u hierover vragen hebt bespreekt u uw geval best goed door met uw chirurg.

  • Wat kan ik verwachten na plaatsing van een elleboogprothese (volledige prothese)?

Een totale elleboogprothese (TEP) wordt enkel geplaatst bij heel zware destructies en slijtage van het gewricht. Na plaatsing van een TEP zal u na een korte immobilisatie (gips) mogen bewegen met een brace. Door een kinesitherapeutische behandeling zal de beweeglijkheid langzaam herwonnen worden. De revalidatie duurt lang en reken hiervoor op minstens 6 maanden. Om de prothese te beschermen wordt een levenslange beperking opgelegd voor het tillen van zaken tot maximum 5 kilogram of herhaaldelijk 1 kilogram.

  • Wat zijn de mogelijke complicaties na een partiële of volledige  elleboogprothese?

Zoals na elke ingreep is langdurige wondheling een mogelijk probleem. Zorgvuldige en steriele wondzorg met regelmatige wondcontroles zijn dan aan te raden.

Indien u een gips heeft gekregen bestaat de kans dat een knellend gevoel ontstaat met tintelingen en pijn in de elleboog, hand of vingers als gevolg van de zwelling. Indien dit het geval is dient het gips verder open gemaakt te worden. Dit kan door het gips open te knippen. Hiervoor consulteert u best uw huisarts, of gaat u naar de spoedgevallen.

Omwille van de nabijheid van de zenuwen rondom de elleboog is zenuwschade steeds mogelijk. Verminderd gevoel en/of verminderde beweeglijkheid van de pols en hand kunnen hiervan het gevolg zijn. Deze complicaties komen niet vaak voor en verdwijnen meestal vanzelf zonder verdere behandeling.

Ondanks het continu verbeteren van het prothesemateriaal kan een prothese nog steeds ‘falen’. Falen van het materiaal zoals slijtage van het plastic onderdeel ter hoogte van de connectie bovenarm/onderarm, net als het loskomen van de prothese is steeds mogelijk en kan een nieuwe ingreep noodzakelijk maken. De kans hierop verhoogt ongeveer vijf à tien jaar na plaatsing van de prothese.

Een laatste en belangrijke complicatie is infectie van de prothese. Die infectie treedt meestal op in de eerste vijf jaar na de ingreep.

 

Bij vermoeden van infectie dient zo snel mogelijk contact opgenomen te worden met de consultatiedienst orthopedie of dient u zich aan te bieden op de spoedgevallendienst. Gelieve vóór deze afspraak in ons ziekenhuis nog geen antibiotica in te nemen aangezien dit problemen geeft om nadien de oorzakelijke kiem te kunnen opsporen.

TEP.png
rkp.png